De dood of de gladiolen

Tegenover mijn huis is een bouwplaats. 

Eerst stonden er flats. Van die naoorlogse blokkendozen waarvan je gewoon weet dat de bewoners hun buurman naar de wc kunnen horen gaan.

Die flats staan er dus inmiddels niet meer. De straten zijn afgezet met hekken en lange tijd was er geen beweging te bespeuren. Niks. Nada. Noppes.

Het was en bleef een zandkuil. 

 

Geen beweging

Zo liep ik laatst weer eens langs, op een van de talrijke rondjes met de teckel. Peinzend stond ik stil, wachtend tot plasje nummer honderd was voltooid, en ik keek. 

En ik voelde. 

En ik dacht: grappig. Zo voelt het in het dagelijks leven ook wel eens. Alsof er geen beweging is. Alsof een zandkuil altijd een zandkuil blijft, zonder progressie.

Ik moest denken aan de Hello Kitty helium ballon die we ooit op een obscuur Italiaans marktje voor onze dochter kochten, en die na een dag of twee treurig en half leeggelopen in het hoekje van het plafond dobberde. 

 

Perspectief

Inmiddels weet ik: het is niet een omstandigheid of een situatie die ons een bepaald gevoel geeft, het is ons perspectíef op die omstandigheid of situatie dat ons een bepaald gevoel geeft. 

Lijkt een nuance, ís een wereld van verschil. Met andere woorden: onze emotionele Staat van Zijn wordt wellicht getriggerd door iets van buiten, maar komt uiteindelijk altijd voort uit onszelf. 

Dat betekent dan weer dat je, in elk geval in theorie, altijd iets kunt doen aan je emotionele Staat van Zijn. 

En dat is mooie kennis, maar soms ook behoorlijk frustrerend. Want soms is er niets zo makkelijk en verleidelijk om iets of iemand de schuld te geven van hoe jij je voelt. 

 

Stuck

Ook het ervaren van ‘being stuck’ oftewel: vastzitten in een hoekje, wanhopig dobberend als een halflege Hello Kitty ballon, is dus ook niets meer of minder dan een perspectief dat je zelf oefent. 

Ineens schiet mijn schouder bijna uit de kom. De teckel heeft een andere hond gezien en dwingt me uit mijn gemijmer en direct weer terug in het hier en nu. 

 

Aangereden eend

Ik sta eindelijk, sinds lange tijd, weer wekelijks op de mat in wat ik zo liefkozend De Groene Hel noem. Het bevalt me prima, zo op de woensdagavond, maar ik vind het ook confronterend. Want hoewel ik in de veronderstelling ben dat het best wel weer snor zit met mijn fysieke gesteldheid, benadert mijn motoriek die van een aangereden eend als we het ‘getting up from the ground’ oefenen. 

Voorwaarts en aanvallend opstaan. 

Achterwaarts en defensief opstaan. 

Roll to sprint. 

En ik hijg, zweet en voel me tachtig. 

 

Leuke spelletjes

Jeroen zou Jeroen niet zijn als er niet wat leuke spelletjes tegenaan zouden worden gegooid. In verdelen ons in tweetallen, elk aan de andere kant van de zaal. In het midden, op de vloer, een mes. 

Ik weet wat er gaat komen: we moeten liggen (op de buik, dan weer op de rug, voeten naar het mes toe, voeten juist richting de muur, en zo nog enkele variaties) en dan heel snel opstaan en naar het mes sprinten. 

Heb je het mes, dan val je aan. Was je te laat, dan bepaal je in een split second met welke ‘move’ je jezelf in veiligheid brengt. 

Dat hangt dat weer af van de tijdlijn en de nabijheid van de aanvaller. 

Is die ver genoeg weg: rennen. Staat hij in je aura, dan is het de dood of de gladiolen. Letterlijk. 

 

Tank

Ik weet: ik ben eerder een tank dan een balletdanseres. Als ik sta dan sta ik. Als ik ergens mijn zinnen op heb gezet, zoals op het verdedigen van een stootkussen, dan zullen ze het echt uit mijn koude dode vingers moeten wrikken (tikje gedramatiseerd, maar het klopt wel). 

Maar vraag je me snel op te staan, vraag je me snel om te rollen, vraag je me om iets anders dat lichtvoetigheid of souplesse vergt, dan komen we allebei van een koude kermis thuis. 

 

Over mijn eigen rug

Dit soort spelletjes is voor mij dus dermate confronterend, dat ik al snel verval in coping mechanismen die matchen met het perspectief over mijzelf. 

Ik ben log, groot en traag. 

Dus ik maak er een lolletje van en dat over mijn eigen rug. Let’s laugh and get it over with. 

En ik weet: ik kan nu wel zeggen dat zo’n spelletje me een rotgevoel geeft, maar het is dus juist mijn eigen perspectief. 

Als ik dat verander, dan veranderen dus ook de emoties. 

 

Het juiste spoor

Is het nou werkelijk zo simpel? Ja. 

Op papier dan. 

Want een gewoonte die al -tig jaar is ingesleten, die heb je niet zomaar veranderd. Dat vergt bewustzijn, inzicht, liefde en mildheid, jezelf vergeven omdat je even in die oude valkuil bent gelazerd, en jezelf weer naar het juiste spoor leiden. 

Als je kan kiezen hoe je de dingen ziet, hoe bekijk je ze dan, als alle Waarheden Waar zijn en even valide?

Welke kleuren smeer jij op je canvas, om maar even een Bob Ross’je aan te halen?

 

Kokosnoot

Net als ik mezelf toesta om me heel, heel klein te voelen, mogen mijn verkering en ik aan de slag met een techniek uit de G-levels. Want ik ben bezig voor G1 en hij voor G3, maar ook in dat opzicht dobber ik maar tegen een plafond aan. 

De aanval is: voor je kokosnoot geschopt worden terwijl je op de grond ligt. Hè, gezellig. 

De bedoeling is: eerst maak ik mezelf helemaal klein om mijn kwetsbare delen (hoofd, romp) te beschermen, waarna ik plotseling en zeer explosief alle vier mijn ledematen tegelijk uitstrek, richting alle windstreken. In theorie raak je dan altijd wel iets of iemand, die denkt dan even aan iets anders, en jij kan weg. 

 

Stootkussen

Ik lig op de grond en mijn verkering valt me aan. Voor de veiligheid van ons beiden gebruikt hij daarvoor een stootkussen. Wat kan er misgaan?

Ik volg de uitleg tot op de letter, krimp ineen en stoot dan agressief uit, waarbij mijn rechtervoet het kussen raakt en het kussen op zijn beurt vol het gezicht van mijn lief… aait. 

 

Bingokaart

Ik kan er niets aan doen maar ik barst in lachen uit. Het zijn de zenuwen, dat heb ik van mijn moeder. Hij blijft even stil. Dan begint, bijna plechtig, zijn neusgat te bloeden. 

Na de klap voor zijn oog en de tand door zijn lip maak ik met deze bloedneus de bingokaart bijna compleet. 

 

Liefdadigheids-doel

Natuurlijk is dit niet de bedoeling en natuurlijk vind ik het ook niet leuk, maar het is interessant om te merken dat mijn perspectief direct shift van motorisch gemankeerd schaap naar Xena Warrior Princess. 

Ik ben nog steeds Charlotte. Ik ben nog steeds in de Groene Hel. Maar in de drie seconden dat mijn verkering zijn neusbrug staat af te knijpen ben ik significant anders naar mezelf gaan kijken. 

Ik ben niet langer een liefdadigheids-doel, ik ben een moordmachine. Nou ja, bij wijze van spreken dan. 

In elk geval dobber ik niet langer in dat hoekje. En da’s alvast een fijn gevoel. 

 

Nieuw fundament

Korte tijd later laat de teckel mij opnieuw uit langs de bouwplaats. Hij snuffelt rond en ik glimlach ineens. De berg zand naast de kuil is verplaatst. Ineens ligt er een nieuw fundament. Mannen in bouwvakkers-outfits doen dingen die er bedrijvig uitzien. 

En ineens is er weer beweging.